De stemmen verstommen,
De blikken neergeslagen,
Een beladen sfeer,
De lucht tussen ons hapt naar adem,
Je verdween
Uit het niets
Ik zocht naar je
maar trof enkel je geur aan die bewees dat je er ooit was geweest.

En daar ben je dan weer,
Jij daar, ik hier.
Wat ik zie, wil mij niet zien
Wat mij ziet, wil ik niet zien.
De stilte meldt zich aan als een oorverdovende tornado,
Duizend onzichtbare handen dekken mijn oren af.
Ik wil al die onuitgesproken woorden niet horen.

“Je bent me vergeten”, zeggen je ogen verwijtend.
“Heb je mij een reden gegeven om jou in de zee van vergetelheid te doen verdrinken”, antwoorden de mijne sarcastisch terug.
We wisten allebei het antwoord.