Mijn ziel draagt zoveel littekens dat ze niet meer te tellen zijn. Nog voor een litteken aan het helingsproces is onderwerpen, krijgt het gezelschap van een lotgenoot.
Wat doen we eraan? Niks. Je lijdt. Je ondergaat. Je kan het zelfs niet uitleggen want niemand op deze planeet schijnt jou noch je brandende pijn te begrijpen.

Woorden, opééngestapeld in mijn hoofd lijken hun weg niet te vinden naar hun doel. Woorden, die op het topje van mijn tong liggen, uitgespuwd door mijn hart, wachtend om luisterend oor te kunnen vinden.

Woorden, die zich in de schaduw van mijn pen verschuilen, schrik dat het licht hen zal verschroeien tot er niks anders overblijft dan een hoopje as.
Onuitgesproken woorden die in de stilte van de nacht bezield worden. Ongeschreven woorden, hunkerend van ongeduld om het maagdelijk wit van het papier te beschrijven.

Woorden zijn maar woorden… niets is minder waar. Woorden kunnen een mens maken of kraken. Eens geschreven en uitgesproken is er geen weg meer terug.